Doelgroep
Voortgezet en beroepsonderwijs in heel Nederland.
Omschrijving doelgroep in relatie tot financiële educatie:
Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 3 jongeren financiële problemen heeft. Reden temeer om ervoor te zorgen dat zij al vroeg leren hoe ze het beste kunnen omgaan met geld. Waar moet je op letten bij het kopen van een mobieltje? Wat kost een scooter nu echt? Waarom is het belangrijk om ook zelf geld te verdienen met een bijbaan en hoe zit dat dan met de belasting? Vanaf 12 jaar (de puberteit) neemt het vermogen om abstract te denken toe. Bijvoorbeeld giraal geld en sparen op de langere termijn krijgt meer betekenis. Nu gaan kinderen op zoek naar een eigen identiteit onafhankelijk van hun ouders. Ze krijgen meestal ook de vrijheid om te experimenteren met het dragen van eigen verantwoordelijkheid. Hun eigen leefwereld wordt steeds groter en is meer gericht op vrienden en status. Dit is het moment om jongeren te leren omgaan met een eigen budget. Voor ouders ideaal om te starten met kleed- en/of belgeld. Tegelijkertijd is dit ook de leeftijd waarop meer aandacht ontstaat voor kleding, sportartikelen en muziek. Vanaf 13 jaar mogen kinderen beperkt in loondienst werken. Van 16 t/m 18 jaar strekt de leefwereld zich nog verder uit en daarmee ook de eigen verantwoordelijkheid. Veel jongeren in deze leeftijdsgroep hebben een (bij)baantje. Vanaf 15 jaar geldt het minimum jeugdloon. De uitgaven nemen in deze leeftijdsfase toe: vakantie, brommers, elektronica,… Zelf op vakantie gaan betekent bijvoorbeeld ook: zelf een reisverzekering regelen. Ook de kans om een schuld te ontwikkelen neemt toe. Vanaf 16 jaar kunnen jongeren al rood staan bij bepaalde banken. Kortom in een wereld waarin geld en keuzes maken steeds belangrijker wordt is het niet meer dan logisch dat de jeugd zelf leert hoe daar bewust mee om te gaan. Uiteraard speelt de opvoeding en de positie die ouders daarin innemen een belangrijke rol binnen het lesprogramma.




