Kerndoelen
Er bestaat een checklist voor leermiddelen financiële educatie. Deze is toegepast op het lessenpakket.
We hebben een gespecificeerde uitwerking gemaakt op de volgende onderdelen:
• Kerndoelen en leerdoelen financiële educatie
• Leeractiviteiten en de rol van de docent
• Leermaterialen
Kerndoelen financiële educatie:
Wiskunde: De leerling leert de structuur en de samenhang te doorzien van positieve en negatieve getallen en leert ermee te werken in zinvolle en praktische situaties.
Mens en Maatschappij: De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van consumeren en budgetteren.
Economie: De leerlingen krijgen verschillende begrippen en toepassingen aangereikt. Het gaat hierbij ook om toepassing op de eigen persoonlijke en sociale leefwereld van de leerling.
Actief burgerschap: Zelfstandigheid in keuzes en afwegingen wordt gezien als een belangrijke burgerschapscompetentie.
Leerdoelen financiële educatie:
Kennis en inzicht: Leerling kent het verschil tussen giraal en contant geld en weten hoe dit gebruikt wordt.
Heeft kennis van andere vormen van geld: contant geld, chipknip, pinpas.
Begrijpt dat het met cash geld betalen niet de enige manier van betalen is.
Leert het begrip ‘krediet’ begrijpen.
De leerling kan de voor- en nadelen van de verschillende manieren van betalen afwegen.
De leerling kent de begrippen ‘krediet’ en ‘rood staan’.
Leerling weet waar het geld vandaan komt:
Begrijpt dat je geld kunt verdienen met werken (arbeid).
Weet dat je geld kunt lenen.
Leerling weet waar het geld naartoe gaat:
Onderscheidt uitgaven voor het huishouden.
Begrijpt waarom geld, zoals belastingen en sociale verzekeringen, van je salaris wordt afgetrokken.
De leerling kan zich als een bewuste/kritische consument gedragen: prijzen en kwaliteit afwegen.
Leerling onderscheidt financiële risico’s en teruggave:
Ontwikkelt elementaire kennis van belasting en bankzaken.
Begrijpt dat je geld kunt sparen en lenen.
Begrijpt dat je geld kunt bewaren op een bank- of spaarrekening.
Begrijpt het verschil tussen ‘goede’ schulden (ingepland en te managen) en ongewenste schulden (niet gepland en niet te managen)
De leerling begrijpt dat er risico’s zijn verbonden aan het niet betalen van rekeningen (rol incassobureau).
De leerling weet dat er hulpdiensten te raadplegen zijn bij financiële problemen en kan deze ook snel vinden.
Begrijpt dat er risico’s zijn verbonden aan mobiele telefonie en internet arrangementen.
Vaardigheden: Leerling kan persoonlijke, passende financiële keuze maken:
Kan op een passende manier geld verdienen.
Kan op een passende manier geld uitgeven.
Heeft zicht op zijn uitgaven patroon.
Kan zich oriënteren op de risico’s van financiële diensten.
Leerling kan budgetteren:
Begrijpt dat geld gespaard moet worden als er niet voldoende geld is voor alles wat hij nodig heeft of wil hebben en handelt daarnaar.
Leert plannen en vooruitdenken.
Is in staat eigen geldzaken te beheren.
Kan omgaan met toegekende budgetten (zak-, kleedgeld en prepaid telefonie abonnement)
Kan een budget opstellen voor een afgebakende gebeurtenis, bv verjaardagsfeestje.
De leerling kan rekenen met procenten in een financiële context.
Bewustzijn: Leerling kan bewuste financiële keuzen maken:
Maakt zelf een balans op tussen noodzakelijke en gewenste uitgaven en bepaalt welke prioriteiten er gelegd moeten worden bij een beperkt budget.
Onderkent de invloed van reclame en maakt onderscheid in eigen keuzen en wensen die door reclame worden beïnvloed.
De leerling is zich bewust van sociale druk bij aankopen.
De leerling is zich bewust van reclame-uitingen en hun bedoelingen.
Leerling overziet de financiële gevolgen van zijn uitgaven:
Begrijpt dat levensstandaarden in tijd en plaats kunnen verschillen.
Begrijpt dat er een ethische dimensie aan financiële beslissingen zit.
Leerling is zich bewust van financiële risico’s:
Is in staat de beste aanschaf te doen bij een veranderend budget.
Heeft een mening over het uitgeven van geld als ‘genotsmiddel’.
Leerling heeft financieel bewustzijn van de (nabije) toekomst:
Is zich bewust van de veranderingen die het studentenleven met zich mee brengt (kamerhuur, beurs, baantje, studiekosten, verzekering, studieschuld, etc.)
Leeractiviteiten en de rol van de docent/praktijkdeskundigen:
Het leermiddel is interactief. De docent laat de leerlingen een eigen inbreng leveren. In de keuze van de werkvormen is een goede balans tussen het aanbieden en het ervaren van de leerstof. De docent biedt de leerlingen ruimte, vertrouwen in wat de leerlingen kunnen. Uitgangspunt hierbij is dat de denkbeelden van de leerlingen de moeite waard zijn.
Het leermiddel bevat een variatie aan uitdagende en activerende werkvormen.
Het leermiddel bevat activiteiten die leerlingen uitdagen een eigen mening te vormen.
De leeractiviteiten van het leermiddel sluiten aan bij de belevingswereld, niveau en het taalgebruik van de doelgroep. De docent houdt er rekening mee dat leerprocessen per leerling verschillen.
Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen leerlingen: differentiatie.
Omdat iedere leerling een eigen stijl van leren heeft, wordt er gevarieerd in lesstijl en werkvormen.
De docent heeft als coach de zelfontplooiing van de leerling voor ogen.
De rode draad van deze lessencyclus is het gouden boekje. Dit is aantrekkelijk vormgegeven. Dit gouden boekje maakt het eenvoudig een goede opening en afsluiting van iedere les te hebben.
Samenwerkend leren: coöperatief leren: strategie die leerdoelgericht samenwerken structureert.
De leerinhoud wordt niet in zijn volledige, uitgewerkte vorm aangeboden, maar moet zelfstandig gevonden worden. Hierdoor wordt de nieuwsgierigheid van de leerling opgewekt en de zelfredzaamheid en motivatie verhoogt. Alle nieuwe informatie wordt zo gepresenteerd dat de leerling de informatie kan ontdekken.
De stof wordt dichter bij de leefwereld van de leerlingen gebracht door gebruik te maken van zogeheten ‘documents humains’, concrete verhalen, concrete voorbeelden, krantenartikelen, etc.
Iedere les start met het ophangen van een tegeltje met daarop een prikkelende stelling / uitspraak.
Er wordt uitgegaan van het feit dat leren zowel een individueel als een sociaal proces is.
Leerlingen leren productief en actief.
Leermaterialen:
De leermaterialen zijn ontwikkeld door Daniëlle Knapen en Eef van Opdorp.
Het is een basis, een leidraad. De doelstelling is het zoveel mogelijk te vormen naar de betreffende groep en wensen van de school.
De leermaterialen hebben een aantrekkelijke vormgeving.
Het leermiddel geeft informatie die de leerling nodig heeft om zelfstandig met verwerkingsopdrachten aan de slag te kunnen.
Het leermiddel biedt mogelijkheden voor samenwerkend leren (samenwerken en discussiëren met klasgenoten).
Er zijn mogelijkheden voor: ouderavond, nieuwsbrief, etc. Ouders kunnen op deze manier betrokken worden.
In het leermiddel zijn aanwijzingen opgenomen voor het gebruik van media.
Het leermiddel wordt up-to-date gehouden: Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van reclames die op dat moment uitgezonden worden op tv.
Meer informatie over de leermaterialen en het verkrijgen daarvan kan aangevraagd worden via info@mijnbudgetonderwijs.nl



